Hoe voorkom je dat je hooiberg in de brand vliegt?

Het Internet Huis maakt Internet of Things-toepassingen waar boeren om zitten te springen. Denk aan een sensor die voorkomt dat de hooiberg in de fik vliegt, of een toepassing die bijhoudt hoe vaak de koeien buiten lopen.

Het begon allemaal met 4G. Op het platteland is een goede internetverbinding via wifi niet altijd vanzelfsprekend. Daarom besloten Pieter Hoenderken en zijn vrouw Anita, afkomstig uit Doetinchem, om 4G-oplossingen te gaan verkopen voor het buitengebied. Tijdens hun gesprekken met boeren kwamen ze erachter dat de agrarische sector grote behoefte heeft aan goede Internet of Things-toepassingen.

“Ze noemen het zelf misschien niet zo, maar dat is wel wat ze bedoelen”, zegt Pieter Hoenderken. “‘De automatisering van zo’n bedrijf wordt vaak geleverd door de tractorleverancier en de melkrobotleverancier, maar de boer heeft veel meer vragen. ‘Kan ik ergens data uit krijgen? Kan ik dingen meten?’ Toen we ons dat realiseerden, hebben we de switch gemaakt naar sensortechnologie.”

Weidemelk

Boeren moeten nogal wat data bijhouden. Zo hebben ze recht op een subsidie als ze weidemelk leveren. Dat is melk van koeien die minstens 120 dagen per jaar minstens 6 uur per dag in de wei rondlopen. Houd dat maar eens handmatig bij. Het Internet Huis werkt aan een toepassing die dat voor ze doet. De sensoren zijn van Chinese makelij, maar het Internet Huis maakt het mogelijk dat ze zonder menselijke tussenkomst worden uitgelezen en dat de data naar een portal worden verzonden.Een ander product is inmiddels klaar voor de markt. In samenwerking met verzekeraar Achmea ontwikkelde het Internet Huis een toepassing tegen hooibroei. Deze pen meet de temperatuur in de hooiberg. Nat hooi heeft de neiging te fermenteren en op den duur in brand te vliegen.

Hoenderken: “Komt de temperatuur boven de 60 graden, dan sturen we een sms-je naar de boer: doe iets, anders vliegt je hooiberg in de fik.” De belangstelling onder boeren is groot. “Het ontzorgt gewoon”, zegt Hoenderken “Allemaal hebben ze wel eens hooibalen die te nat zijn. Dat geeft zorg, je moet het in de gaten houden en een hooibroei-controleur laten komen. Nu steek je er gewoon een pen in en klaar.”

Stabiel netwerk

Dat wil zeggen, als de techniek goed werkt. Een stabiel netwerk is essentieel, want de boer moet erop kunnen vertrouwen dat de sensor feilloos data doorstuurt naar de cloudapplicatie. Daarom werkt het Internet Huis samen met T-Mobile. Hoenderken: “Er is bij T-Mobile ontzettend veel kennis aanwezig die we graag ophalen, bijvoorbeeld over het narrowband IoT-netwerk en over energiehuishouding.”Eén van de kenmerken van sensortechnologie is dat het batterij-gevoed is. Daarom is het essentieel om het energieverbruik van de toepassing zo veel mogelijk te beperken. “Als je een berichtje naar de cloud-applicatie verstuurt, gebruik je ontzettend veel energie”, legt Hoenderken uit. “Toch garanderen wij bij onze toepassing voor koeien dat de batterij vijf jaar meegaat. Dat soort kennis halen we bij T-Mobile vandaan. Samen met hen en de chipleveranciers bekijken we hoe we de energievoorziening nog efficiënter maken.”

Sensoren

Agrariërs zijn niet de enige doelgroep van het Internet Huis. De start-up biedt ook een bewegingssensor aan. Die kan uitkomst bieden op plekken waar veel wordt gestolen, zoals bouwplaatsen en warenhuizen. Verstopt tussen het bouwmateriaal, tussen de voorraad of bijvoorbeeld in een auto, geeft hij een melding zodra hij beweging waarneemt. De eigenaar kan dan direct maatregelen treffen.

De sensor reageert al op de minste beweging. Loop je dan niet het risico dat hij voortdurend loos alarm slaat? “Nee, want je kunt hem slim maken”, zegt Hoenderken. “Je kunt instellen dat je alleen een melding krijgt bij een bepaald soort beweging, bij een bepaalde temperatuur of windgeruis. Dat is ook heel belangrijk voor de toepassing tegen hooibroei: als de boer driemaal voor niets naar de hooiberg moet, wil hij er ook niets meer van weten.”

Europese markt veroveren

Over twee jaar wil het Internet Huis uit de rode cijfers zijn. Hoenderken: “Het realiseren van een product duurt toch al gauw anderhalf jaar. Dat moet je wel weten te overbruggen. We zijn wel steeds meer bekend met het aanvragen van subsidies, bijvoorbeeld van de provincie. Als start-up ben je al gauw geneigd gratis uren te schrijven. In het begin deden we alles voor niets. We draaien nu ongeveer twintig projecten voor allerlei klanten, dus we kunnen het ons nu permitteren dat niet meer te doen.”