Hoe een duwboot leert praten

Hoe een duwboot leert praten

Ze worden soms ‘de winkelwagens van de haven’ genoemd: duwbakken, de stalen kolossen waarin goederen via de rivieren naar het achterland wordt vervoerd. De havens liggen er vol mee en het havenbeheer heeft er een aardige kluif aan het overzicht te bewaren. Met hulp van NarrowBand IoT van T-Mobile loopt in de haven van Rotterdam een test om realtime de locatie van duwbakken te monitoren. Een perfect voorbeeld van het Internet of Things in actie.   

Rompslomp

Ze zijn tot 100 meter lang, volledig van staal, hebben geen eigen motor en vormen de goedkoopste manier om bulkgoederen, zoals kolen, ertsen, graan of zand, via de rivieren te vervoeren. Een duwboot, inclusief behendige kapitein, kan er op de Rijn tot zes tegelijk voor zich uit duwen. Het is hoofdzakelijk een charterbusiness. Verschillende duwbakoperators opereren in een markt van vraag en aanbod. Degene die de duwbakken vervoert, is vaak niet de eigenaar van de duwbak en haar lading.

In elke haven van formaat liggen talloze duwbakken. Een duwbak betaalt havengeld. Iedere maand sturen de duwbakoperators aan het havenbeheer een overzicht van welke duwbakken waar zijn geweest. Op basis daarvan stuurt het havenbeheer een factuur. Er kleeft aardig wat administratie aan het systeem. En dan moet het havenbeheer natuurlijk ook nog controleren, handhaven en toezien op de veiligheid.

Over een slimmere boeg

Vincent Campfens is Business Consultant bij Port of Rotterdam. Hij houdt zich bezig met de toepassing van IT in de Rotterdamse haven. Een van zijn projecten: het slimmer inrichten van het proces rond de duwbakken. Campfens: “Toen ik geboren werd, ging het precies zo als het nu gaat. Dat is wel charmant misschien, maar efficiënt is anders.” De grote troef om het wel efficiënt te krijgen, is realtime inzicht in de locatie van de individuele duwbakken, net als bij gemotoriseerde schepen.

Ruige jongens

Binnenvaartschepen beschikken standaard over een transponder (AIS) die de locatie bepaalt en doorgeeft. Je zou zeggen: voorzie de duwbak van een vergelijkbaar apparaat en je bent er wel. Campfens: “Dat is wel het basisidee, maar een duwbak is geen normaal schip. Ze zijn van staal, wat het signaal verstoort. Er wordt ruig mee omgegaan. Er is vocht, er is zout. Er is geen energievoorziening aan boord. En ze moeten het lang doen, want er is geen vast personeel wat elke maand wel even kijkt of alles nog goed werkt.”

Vincent Campfens klopt met het waslijstje uitdagingen aan bij het Nederlandse technologiebedrijf SODAQ, gespecialiseerd in IoT oplossingen. Het resultaat, na het nodige vallen en opstaan, is een oersterk kastje met een speciale binnenhuisantenne, dat aan de achterkant van de duwbak gelast wordt. De behuizing is deels van kunststof, zodat het signaal niet geblokkeerd wordt. De locatie zelf wordt loepzuiver binnen gehengeld met behulp van GNSS. Rest de hamvraag: hoe verstuurt de transponder de coördinaten naar de havenwacht?

NB-IoT to the rescue

Voor Campfens was er maar één logisch antwoord op deze vraag. “Ik had een energiezuinig netwerk met landelijke dekking nodig en ik wist dat T-Mobile de primeur had met NarrowBand IoT.” NB-IoT is het lang verwachte netwerk voor het versturen van kleine hoeveelheden data. De dekking is bijzonder goed en het energieverbruik zeldzaam laag, ideaal voor het Internet of Things. Er was nog wel een andere eis op het lijstje van Campfens. Duwbakken gaan de grens over en NB-IoT nog niet. Campfens: “Dat zou volgens T-Mobile nog ongeveer een jaar duren.” Genoeg reden voor een afspraak met hun IoT team.

Soepele samenwerking

Campfens vond er een warm welkom. “Iedereen was direct enthousiast. De insteek was vooral: door open en gelijkwaardig samen te werken, leren we allemaal het meest.” Samen met SODAQ wordt het plan gesmeed om 20 duwbakken drie maanden lang te voorzien van een transponder. Terwijl SODAQ en T-Mobile de hardware en software op de rails krijgen, vindt Campfens vijf grote duwbakoperators die mee willen werken aan de test.

No reconnect

Op grote lijnen verloopt de test bijzonder voorspoedig. De gevoeligheid blijkt iets te scherp afgesteld en er zijn wat verbeterpunten rond het design. Geen onoverkomelijkheden. Het enige grote pijnpunt vindt plaats bij de landsgrens. Omdat er nog geen NB-IoT in Duitsland en België is, begint de simkaart verwoed contact te zoeken. Daardoor loopt de accu snel leeg. Campfens: “Binnen no time. En dat was op dat moment op technisch niveau ook heel moeilijk op te lossen.”

Grote winst

Het is een tegenvaller van tijdelijke aard. NarrowBand IoT is dé nieuwe wereldwijde standaard voor het Internet of Things. Dat T-Mobile Nederland een voorloperpositie bezorgt, laat niet onverlet dat andere landen snel volgen. Campfens heeft zelf ook nog wel wat tijd nodig. “De operators zijn na de test heel enthousiast over het principe van een track & trace-systeem. Dat is grote winst. Maar als we dit dadelijk echt gaan inrichten, is het belangrijk dat het hele ecosysteem meedoet: alle operators, maar ook de andere havens. Probleemloos roamen in het buitenland met NB-IoT is dan noodzakelijk.”

Als je maar één sensor mag kiezen…

De komst van NB-IoT maakt het heel makkelijk en voordelig om objecten te voorzien van sensoren . In iedere denkbare bedrijfstak gonst de belofte van het Internet of Things. Campfens heeft een belangrijke tip voor mensen die de boot niet willen missen: “De echte waarde wordt er pas uitgehaald door data op een goede manier te gebruiken. Je kan alles wel meten, maar kun je ook wat met de data? Ik stel mensen altijd de vraag: als je maar één sensor mag kiezen, welke wil je dan? Denk daar van tevoren goed over na. Keep it simple en bouw het stapsgewijs uit.”